Tijdens begeleidingen of groepsreeksen met ouders, hebben we het vaak over ‘reguleren’. De vragen die we daar vaak bij krijgen:
“Maar wanneer moet ik nu eigenlijk reguleren en wanneer niet?”
“Hoe kan ik reguleren bij mijn kind?”
Als onze kinderen druk gedrag tonen, ruzie maken of emotioneel overspoeld raken, schieten we als ouder vaak snel in de actiemodus. We willen het oplossen, sussen of begrenzen. Maar is dat wel altijd nodig? En hoe en wanneer doe je dat nu juist, dat 'reguleren'?
Niet elke spanning vraagt om co-regulatie
Voordat je meteen ingrijpt of denkt dat je je kind moet ‘redden’, is het goed om stil te staan bij wat er onder het gedrag ligt. Co-regulatie is niet altijd de oplossing bij een situatie die moeilijk loopt. Het is dus interessant om eerst uit te zoeken of er co-regulatie nodig is en daarvoor verwijzen we naar de module van ons online platform ‘3 oorzaken van moeilijk gedrag of weerstand’. We herhalen hier nog eens kort wat die mogelijke oorzaken zijn (gebaseerd op de theorie van Aletha Solter):
Een gebrek aan informatie: Een kind begrijpt niet wat er verwacht wordt of wat er gaat gebeuren. > Informatie geven, delen wat er bij jou leeft.
Een onvervulde behoefte: Veelvoorkomende oorzaken zijn honger, vermoeidheid, autonomie of verbinding. > Onderzoeken over welke behoefte het gaat en hieraan tegemoet proberen komen
Opgebouwde spanning: Te veel prikkels en uitdagende situaties doorheen de tijd, die een kind nog niet heeft kunnen plaats of verwerken > Begrenzen en/of (helpen bij) spanning ontladen
Wil je kind niet luisteren, zoeken je kinderen conflict met elkaar, lijkt niets goed te zijn: Probeer dan éérst te ontdekken wat er onder het gedrag leeft. Wat probeert je kind je mogelijk te vertellen in gedrag, waarvoor die zelf de woorden niet vindt? Pas dan kan je een gepaste oplossing bieden (die eventueel co-reguleren is).
Soms is een kind ook zelf op zoek naar een grens om ruimte te kunnen geven aan die spanning. Als het heel lastig lijkt of ze lijken ruzie te zoeken met jou of met elkaar, dan kan een duidelijke en heldere grens helpen.
Zit je kind in de comfortzone of leerzone?
Als er sprake is van opgebouwde spanning, kun je jezelf afvragen: Kan mijn kind dit zelf dragen?
Een handig model om in te schatten of en hoe je best tussenkomt, is de comfortcirkel. Dit is eigenlijk gericht om te kijken of een kind de marge heeft om iets bij te leren, maar hier kan je dit toepassen op de vaardigheid ‘reguleren’.
Comfortzone: Een kind voelt zicht goed, dus er is sowieso geen regulatie nodig.
Leerzone: Er is iets aan de hand, maar het kind vindt zélf een manier om daarmee om te gaan. Bijvoorbeeld door zich even terug te trekken op de kamer en daarna weer rustig terug te komen. In dit geval is er eigenlijk geen actie van jou nodig. Het is voor jou als ouder vooral een kwestie van aanvaarden: dit hoort bij hun proces, en ze lossen het zelf op.
Kan het kind het niet alleen dragen? Zit die in de paniekzone en zie je dat die hier niet zelf uit geraakt? Pas dan spreken we over situaties waarin co-regulatie nodig is.
Wat is co-regulatie (en wat is het niet)?
Om te begrijpen wat co-regulatie is, helpt het om te denken aan een volwassen situatie.
Stel je voor: je komt thuis na een zware dag op het werk. Je voelt je gestresst, gespannen en overprikkeld, en je weet zelf eigenlijk niet goed wat je wilt of je beseft niet goed hoe groot je spanning is. Je partner merkt dit en komt met volgende reacties:
Rationaliseren "Het is toch allemaal zo erg niet?"
Ongeduldig "Moet je je daar nu zo druk over maken?"
Oplossingen aanbieden “Misschien kan je dat eens proberen”
Of hij vindt het lastig en reageert zelf geërgerd. Hoe vaak werken deze reacties? Wat je op dat moment vaak nodig hebt, is iemand die je even vastpakt en zegt: Dat moet lastig zijn geweest. En naar je luistert. Iemand die begrip en verbinding toont. Oplossingen en advies werken daarna vaak beter.
Co-regulatie is precies dat: het proces waarbij een volwassene helpt om het zenuwstelsel van een kind te kalmeren met rustige aanwezigheid, begrip en verbinding. Pas wanneer een kind zich veilig en begrepen voelt, kan het rustig worden. En op latere leeftijd zelfregulatie ontwikkelen.
Als ouder is het een uitdaging om niet meteen de rationaliseren, begrenzen en oplossingen te zoeken.
Hoe vertalen we dit naar onze kinderen?
Algemene basisprincipes (voor alle leeftijden)
Blijf zelf kalm: Jouw zenuwstelsel is besmettelijk (dit werkt via spiegelneuronen). Als jij in de stress schiet, escaleert de situatie alleen maar sneller.
Emotie voor gedrag: Erken eerst de emotie ("Ik zie dat je boos bent"), voordat je grenzen stelt aan het gedrag ("Maar slaan mag niet").
Minder woorden: Als het brein overspoeld is door emoties (de amygdala neemt het over), werkt te veel praten of preken averechts.
Kleuters (ongeveer 3 t/m 5 jaar)
Kleuters worden vaak overspoeld door driftbuien omdat hun emotionele hersenhelft volop in ontwikkeling is en ze hun gevoelens nog niet kunnen verwoorden.
Fysieke nabijheid en begrenzing: Bied een veilige haven. Soms helpt een stevige knuffel, soms hebben ze ruimte nodig maar helpt het als jij rustig dichtbij blijft zitten. Laat altijd weten dat je er bent voor hen.
Geef woorden aan gevoelens: Benoem wat je ziet zonder oordelen: "Je wilde dat blokkenspel niet opruimen, en nu ben je heel boos!" Dit helpt het denkende brein weer online te komen.
Zintuiglijke kalmering: Samen diep ademhalen ("een bloem ruiken en een kaars uitblazen") of even samen stampen met de voeten helpt fysiek ontladen.
Lagere schoolkinderen (ongeveer 6 t/m 11 jaar)
Deze kinderen begrijpen al meer, maar raken nog dikwijls overspoeld door schoolstress, sociale druk of frustratie. Ze trekken zich vaker terug of worden balorig.
Valideer zonder direct op te lossen: Sympathiseer met hun wereld: "Het is ook niet leuk als het op school even anders loopt dan je hoopte."
De 'time-in' in plaats van de time-out: Stuur een kind niet weg om in z'n eentje af te koelen (dat voelt als afwijzing), maar creëer een gezellige rustige hoek waar jullie samen even tot rust komen met een boekje of rustige muziek. Of waar je kind dat alleen kan doen, als die er nood aan heeft.
Gebruik de emotie-thermometer: Laat ze hun gevoelens een cijfer geven van 1 tot 10. Dat maakt abstracte emoties concreet en stimuleert de prefrontale cortex (het denkende brein). Dat kan ook in de vorm van een emmertje en hoe vol of leeg dit is. Dit doe je wel best op rustige momenten, want als je kind overspoeld is, kan dat soms omgekeerd werken.
Tieners (ongeveer 12 t/m 18 jaar)
Tieners ondergaan een enorme hormonale en neurologische metamorfose. Ze voelen intense emoties en willen tegelijk autonomie. Fysiek vastpakken werkt vaak averechts. Ze zoeken erkenning als volwaardig persoon.
Luister zonder advies: Tieners klappen vaak dicht bij direct advies of kritiek. Vraag vooraf: "Wil je dat ik meedenk, of wil je gewoon even ventileren?" En wees vooral nieuwsgierig naar wat er leeft bij je kind. Dat hoeft niet altijd met een rechtstreekse vraag, maar gewoon door je af te vragen wat er leeft en naar hen te kijken.
Bied een veilige haven zonder oordeel: Zorg dat ze weten dat ze altijd bij je terechtkunnen, ook als ze een fout maakten. "Ik schrik hier wel van, maar ik ben blij dat je het vertelt. We lossen dit samen op".
Balans in ruimte en nabijheid: Dring je niet op als ze boos zijn, maar laat merken dat je er bent zodra ze afgekoeld zijn. Bijvoorbeeld door later nog eens rustig een kop thee of een snack te brengen.
Belangrijke tip: Co-regulatie betekent niet dat je al het gedrag goedkeurt of dat het kind meteen stil is. Het betekent dat je laat zien: "We zitten in hetzelfde schuitje, en ik help je door deze moeilijke momenten en ik blijf staan als ouder.
Wat als het niet lukt om te co-reguleren?
Soms lukt het co-reguleren niet. Dat kan verschillende redenen hebben, waarvan de meest voorkomende zijn:
Je eigen emmer zit vol. Je draagt zelf te veel spanning van de dag of van een langere periode. Dan kan je best op zoek naar een manier om je eigen spanning te ontladen. En om te kijken hoe je in de toekomst sneller ingrijpt en je lichaam leert om sneller te schakelen tussen spanning en ontspannen. Hiervoor verwijzen we naar de online modules over ‘Creëer meer rust en ademruimte in het dagelijks leven’.
Een situatie triggert jou: het is iets dat je (onbewust) van vroeger herkent en dat jou raakt. Daardoor reageer je er sterker op dan je eigenlijk zou willen. Op zo’n moment kan je eigen emmer gevuld zijn, voel je weinig stress en spanning, maar toch reageer je hier zelf op. Hiervoor verwijzen we naar de online module ‘je eigen achtergrond’ (onder het thema: begrijp de dynamiek van het ouderschap).
Het hoeft niet perfect!
We reiken al deze kaders en stapjes aan voor een ideaal scenario. Maar weet: het leven is geen ideaal scenario.
Het is helemaal oké en heel normaal dat dit niet altijd lukt. Je hoeft echt niet 100% van de tijd perfect in te schatten wat je kind nodig heeft of perfect te reageren.
Sterker nog, het is een valkuil om zo gefixeerd te zijn op 'hoe het hoort', dat je niet meer echt aanwezig bent bij je kind. Of je kind ziet enkel voorbeelden van dingen die goed lopen, terwijl er net veel leerkansen zitten in wat niet goed loopt.
En goed om te weten: elk kind is anders, elke ouder is anders en elke situatie is anders. Het kan goed zijn dat er dingen zijn uit de tekst hierboven die bij jouw kind helemaal niet werken. Kijk naar je kind, observeer en blijf in verbinding. Zoek je eigen weg met deze handvaten.
——————————————————
Mijn kind wordt bozer als ik zeg “ik zie dat je boos bent”
“Als mijn kind overstuur is en ik zeg “ik zie dat je boos bent”, wordt die nog bozer. Dus dat erkennen van emoties helpt helemaal niet bij ons.”
Dit is iets wat we geregeld horen van ouders. Wat kan er hier dan aan de hand zijn:
Emoties benoemen, doe je om iemand erkenning te geven. Om te tonen: ik zie dat het moeilijk is, ik ben er voor jou, ik begrijp hoe je je voelt. Het idee daarachter is, dat die erkenning krijgen er vaak voor zorgt dat de emoties wat kunnen zakken. Hoe komt het dan dat dit soms niet werkt?
Je kind kan nog te hoog in zijn emoties zitten om dit te laten binnen komen. Misschien heeft die nood om zijn of haar emoties eerst nog te uiten en helpt je boodschap daarbij om dat te doen. Als je merkt dat die emotie uiten helpend is, kan je daar ruimte aan geven. Als je merkt dat die alleen maar meer overstuur geraakt, kan je naar een andere manier zoeken om te reguleren.
Dit werkt vooral als je echt die erkenning geeft en je kind echt die erkenning voelt. De manier waarop je die zin verwoordt en hoe aanwezig je daarin bent, maakt een groot verschil in of dit helpt of niet. Als je de zin herhaalt omdat je ooit ergens gehoord hebt dat dat een goed idee is, dan zou het kunnen dat je kind dit merkt en er niet goed op reageert. Wat trouwens ook helemaal oké is, je doet niets verkeerd, het kan gewoon een verklaring zijn voor wat er gebeurt.
Elk kind is anders, elke ouder is anders en elke situatie is anders. Dus soms zijn er gewoon momenten waarop dit niet werkt en dit niet is wat er nodig is. Dan is er niets mis met jou en en ook niet met je kind. Het kan het helpen om te kijken naar wat je kind nodig heeft en wat jij nodig hebt om hieruit te geraken. En het soms ook eens niet weten, is ook helemaal ok, hoe graag we de dingen liefst elke keer goed zouden oplossen.