Als je kind liever op alle knopjes duwt dan uit te stappen
Vraag van een mama:
“Als we met de auto weg zijn, doet mijn zoontje niets liever dan bij het toekomen naar voor te kruipen, op alle knopjes te drukken en vrolijk heen en weer te springen in de auto. Hij vindt dit geweldig leuk en grappig en luistert op dat moment helemaal niet naar mij.
Daar komt nog bij dat ik een jonge dochter heb die ook kan gaan lopen en dat ik al een tijdje een probleem heb met mijn rug, waardoor ik nog moeilijker kan ingrijpen en het al een tijdje zwaar aanvoelt.”
Eerst en vooral willen we graag geruststellen: dit is heel normaal en herkenbaar voor andere ouders. Een vijfjarige die de grenzen opzoekt en dat auto-avontuur geweldig vindt? Dat is iets dat heel vaak voorkomt op deze leeftijd en dat andere ouders ook herkennen. Dat je daar als ouder van zucht of stress van krijgt, of jezelf afvraagt of je wel goed bezig bent, is minstens zo normaal. Maar makkelijk is anders.
Hoe ga je hier nu mee om als je kiest voor een afgestemde, verbindende opvoeding – zonder te vervallen in autoritaire stijlen, straffen of 'als-dan'-beloningen?
We geven een aantal dingen mee die je kan bekijken en over wat er onder de oppervlakte kan spelen.
Moet dit echt op deze manier?
Vaak zitten we zo vast in het idee van “het hoort nu eenmaal zo, ik moet toch gewoon alleen met mijn twee kinderen naar de winkel kunnen?”, dat we vergeten om naar de situatie zelf te kijken.
Zijn er soms andere oplossingen? Kun je afspraken maken met je partner? Is die winkel op dat moment echt super dringend? Soms kan het niet anders, maar heel vaak leggen we de lat hoog voor onszelf omdat we vinden dat we alles alleen moeten kunnen.
Stilstand is hier vooruitgang: kan ik deze situatie vandaag misschien vermijden op een moment dat het sowieso al zwaarder voelt? Er zijn dagen waarop alles soepel loopt, en dagen waarop elke handeling te veel is. Je bent en blijft een goede ouder, ook als je dit soort situaties vermijdt. Je geeft niet toe aan je kinderen en bent nog altijd goed aan het opvoeden als je hier kiest voor een andere oplossing.
Geef op voorhand al duidelijkheid
Is dit een terugkerend patroon en weet je al dat het weer zover zal zijn zodra jullie de motor afzetten? Dan helpt het enorm om de voorspelbaarheid te vergroten.
Benoem op voorhand – nog voor je vertrekt of net voor je aankomt – wat er gaat gebeuren en wat je van hem verwacht. “We gaan zo meteen met de auto ergens naartoe, we stappen meteen uit en gaan naar de winkel, we blijven van de knopjes af.” Maak het concreet. Soms helpt het om die verwachting vooraf al helder te kaderen.
Maak het minder interessant (of speels opgelost)
Op het moment zelf kun je proberen om de focus te verleggen. Wat maakt het zo aantrekkelijk? Juist ja, die knopjes. Wat als je er een ludieke draai aan geeft?
"Je mag nog één minuutje op álle knopjes drukken die je ziet, en als de timer afgaat, gaan we uit de auto!"
Of: "Kijk eens hoe snel jij uit de auto kunt zijn!"
En minstens zo belangrijk: benoem wat wél mag in plaats van wat niet mag.
Als je zegt: "Je mag niet op de knopjes drukken!", dan hoort dat brein vooral het woord knopjes en drukken. Het werkt vaak beter om te focussen op de beweging die je wél wilt zien: "We gaan nu onze schoenen aandoen om naar buiten te stappen."
Helder begrenzen vraagt een 'gevulde emmer’
Als je ervoor kiest om niet te straffen of te dreigen, dan kom je uit bij begrenzen. Dat werkt het beste als je kind heel goed voelt: ‘Mijn mama is heel serieus en meent het, hier kan ik niet onderuit’. Maar hoe realistisch is de verwachting dat je grens gemeend over komt met pijn in je rug, een huilende of dwarse peuter/kleuter en nog wat tijdsdruk erbij. Voel je je dan honderd procent zeker van je stuk? Waarschijnlijk niet en dat is helemaal normaal.
En daar hebben kinderen net de allerbeste voelsprieten voor. Voelen ze ergens twijfel of een opening? Dan denken ze: ‘Het zal wel meevallen’.
Om liefdevol én helder te kunnen begrenzen, heb je zelf een gevulde emmer nodig. En dat is meteen de grootste paradox van het ouderschap: de kleintjes zijn vaak degenen die ervoor zorgen dat je emmer leegloopt. Merk je dat je vaker vervalt in smeken, roepen of het gevoel hebt dat je er met je hoofd niet helemaal bij bent? Dan is dat geen teken dat je ‘faalt’, maar wel een seintje om naar je eigen batterij en wat jij nodig hebt, te kijken.
Dat is misschien minder leuk om te horen, omdat het niet voor een concrete oplossing aan de auto zorgt. Tegelijk is het wel de meest duurzame manier om een verbindende relatie met je kind te behouden en in de toekomst dit soort situaties aangenamer te maken.
Wat probeert je kind je eigenlijk te vertellen?
Je kan je ook nog afvragen: waarom trekt die auto en die knopjes hem elke keer zo hard aan? Los van dat dit voor elke kleuter een paradijs is.
Zoekt hij ergens een uitdaging of mist hij wat speelse prikkels in zijn spel thuis?
Of... gaat het stiekem over jou? Merkt hij: ‘Hé, als ik dit doe, dán krijg ik pas écht de volle aandacht van mama’ (ook al is het negatieve aandacht)?
Of kan er nog iets anders onder zitten?
Soms is het een uitnodiging om op andere momenten op de dag wat meer te investeren in echte verbinding en volle aandacht, zodat die auto-situatie zijn magische aantrekkingskracht verliest.
De harde, maar milde waarheid
De oplossing voor dit soort situaties zit zelden in één magisch trucje – tenzij je natuurlijk kiest voor een strenge, autoritaire aanpak. Wil je het echter op een afgestemde en verbindende manier aanpakken? Dan vraagt dat dat je naar het grotere plaatje kijkt.
Naar de context, naar je eigen energie, en naar wat jij en je kind op dat moment nodig hebben. Wees lief voor jezelf: het is pittig, het is herkenbaar, en je doet het goed.
En onthoud altijd: kinderen die wel of niet goed luisteren, zegt niets over hoe goed jij het als ouder doet. Dat zegt iets over de context, over wat er bij je kinderen leeft en over wat er bij jou leeft. En van daaruit kan je oplossingen zoeken.
En weet ook dat deze fase voorbij gaat. Het kan helpen om te relativeren, dat je weet dat er een moment komt dat het niet meer zo lastig en moeizaam loopt. En dan je je amper nog die ene keer herinnert dat je écht niet wist hoe je je kind uit de auto kreeg en daarbij misschien twijfelde aan jezelf.